Home » Europa » Spanje » Taal, geld en cultuur

Taal, geld en cultuur Spanje

In Spanje is Spaans de officiële taal van de staat, in Spanje aangeduid als español  of castellano, afhankelijk van de regio waar je bent, dit wordt in het grootste gedeelte van Spanje gebruikt. Maar Spanje heeft nog 4 andere officiële talen:
 
Catalaans, gesproken door veel mensen in Catalonië, de Balearen en de Comunidad   Valenciana.
Baskisch, gesproken door veel mensen in Baskenland en Navarra,
Galicisch, gesproken door veel mensen Galicië, en delen van León en Asturië
Aranees, gesproken door sommige mensen in Val d'Aran in Catalonië
 
Er worden ook nog 2 niet officiële talen gesproken.
 
Asturisch, gesproken door veel mensen in Asturië, León, Zamora, Salamanca, Extremadura en Cantabrië.
Aragonees, gesproken door veel mensen in Huesca en Aragón.
 
Tegenwoordig  wordt  in Spanje betaald met de Euro, vroeger hadden zij de Spaanse peseta. Ook in de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla, die in Afrika liggen, wordt met de Euro betaald. De valuta wordt aangeduid met het € teken. De munten hebben een nationale zijde en aan de andere kant de kaart van Europa en de 12 sterren, dat is in alle Eurolanden gelijk. De bankbiljetten zijn overal gelijk, maar aan de letter voor het serienummer is te zien uit welk land het komt. Het biljet is afkomstig uit Spanje als het serie nummer begint met een V. De munten en biljetten kunnen in ieder Euroland worden gebruikt.
 

Mensen en cultuur

Het buitenleven is in Spanje veel belangrijker, dan in ons koude kikkerlandje. In dorpen en steden zie je vaak bankjes staan, waar de mensen lekker in de schaduw bij elkaar kunnen zitten voor een praatje. Een van de meest opvallende verschillen met onze cultuur is wel de siësta. In heel Spanje wordt er tussen 2 en 5 uur in de middag siësta gehouden, de mensen gaan dan eten en rusten. De werktijden zijn hier meestal ook op aangepast, er wordt gewerkt van 10 tot 2 en van 5 tot 9 en ook de schooltijden zijn hier op afgestemd en in veel plaatsen zijn dan ook alle winkels gesloten. Er begint wel wat te veranderen in deze gewoonte, want in het centrum van de steden en sommige toeristische gebieden, blijven de winkels gewoon geopend, 7 dagen in de week, tot 9 uur in de avond.  Ook in verschillende andere sectoren wordt tegenwoordig doorgewerkt, omdat  contacten met omliggende landen anders te moeizaam verlopen. Een matador die in de arena het gevecht met een stier aangaat, het stierenvechten, is ook typisch Spaans, evenals het Flamenco dansen. Flamenco dansen zie je voornamelijk in Zuid Spanje, waarbij de dansers in de handen klappen en met hun hakken stampen. Er wordt veel expressie in de dans gelegd, van rustig en triest tot vurig en uitgelaten.
 

Eten en drinken

In Spanje word als ontbijt vaak voor zoete gerechten gekozen. Verder eten ze rond 3 uur in de middag en 10 uur in de avond een warme maaltijd. Meestal bestaat dat uit een voorgerecht en een hoofdgerecht en er wordt bijna altijd wijn bij gedronken. Er wordt gekookt met veel verse ingrediënten en er wordt vaak olijfolie gebruikt. In Spanje staat er vaak vis, schelp- en schaaldieren op het menu.
 
Bekende Spaanse gerechten zijn bijv:
Paella gemaakt met in bouillon gekookte rijst, vis, kip of konijn, tomatenbasis, een soort witte bonen, snijbonen en saffraan. Traditioneel wordt dat gemaakt in een Paella-pan die verhit word op houtskool.
Gazpacho is een koude soep gemaakt van groenten en kruiden, zoals tomaat, maar zonder vlees of bouillon. De soep hoort ijskoud gegeten te worden.
Spaanse tortilla is een dikke omelet gemaakt van ei, aardappels en olijfolie, soms ook met ui en knoflook. Het gerecht kan koud of warm worden gegeten, het wordt  gebruikt als voorgerecht, op een baguette met tomaat gelegd, in stukjes als tapa of in gebruikt in een salade.
 
Typisch Spaanse drankjes zijn:
 
Sangria, gemaakt van rode wijn met vruchten, honing, suiker en brandewijn of likeur.
Clara een mix van bier met een zoete frisdrank.